Weidevogelwerkgroep

Weidevogel werkgroep

Wat zijn weidevogels?

Onder weidevogels verstaan we alle vogels die broeden in weilanden en op akkers. Deze groep omvat een veelheid aan soorten maar de weidevogelwerkgroep in Nederweert concentreert zich op de ‘traditionele’ weidevogels: kievit, scholekster, grutto en wulp. Tureluur en kemphaan worden ook gerekend tot de traditionele weidevogels, maar komen hier niet voor als broedvogel. Wel trekken ze in kleine aantallen door. De term weidevogel is wat verwarrend omdat de laatste decennia kieviten en scholeksters vooral op akkerland zijn gaan broeden.

Oorspronkelijk leefden weidevogels in uitgestrekte veengebieden, vochtige heidevelden en de slikkige oeverzones van rivieren en meren. Met de opkomst van de melkveehouderij ontstond een open, vochtig, graslandschap dat in eerste instantie nog aantrekkelijker was voor weidevogels dan hun oorspronkelijke natuurlijke habitat. Door bemesting ontstond een soort superhabitat. Een voedselrijke grassteppe waarin de weidevogeldichtheden vele malen hoger konden worden dan in hun ‘oer’- habitat. Door ontwatering, bemesting en verbeterde grassoorten kwam de laatste decennia de grasgroei in het voorjaar steeds vroeger op gang.

Dit was nadelig voor kievit en scholekster. Die houden graag vrij zicht vanaf hun nestlocatie. In tegenstelling tot grutto, wulp, tureluur en kemphaan. Die verstoppen hun nest juist graag in langer gras. Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw zijn kievit en scholekster daarom steeds meer op akkerland gaan broeden. Vooral de opkomst van de maïsteelt bood tot de jaren ‘90 kieviten en scholeksters een gunstig alternatief. Maïs wordt laat gezaaid waardoor het landschap tot juni schaars begroeid blijft en aantrekkelijk is voor kieviten en scholeksters, mits niet te droog. Scholeksters gingen uiteindelijk ook steeds meer op grinddaken in de bebouwde omgeving broeden. Scholeksters zijn de enige weidevogels die hun jongen voeren. Zij kunnen het zich dus veroorloven hun nest uit te broeden op een plek waar geen voedsel is voor de kuikens. Maar uiteindelijk zullen deze kuikens toch van het dak moeten springen om zelf te gaan foerageren op de begane grond.

Waarom beschermen we de weidevogels?

De beschermers van de weidevogelwerkgroep zorgen er o.a. voor dat de nesten van weidevogels op akkers en graslanden worden gemarkeerd. Dit gebeurt in goed overleg met de boeren. Sommige boeren vinden en beschermen de nesten ook zelf. Beschermingsmaatregelen blijken hard nodig want zowel de Nederweerter tellingen als de landelijke gegevens tonen aan dat de weidevogels het erg moeilijk hebben. Sinds een aantal jaren lopen de aantallen van met name wulp en grutto zienderogen achteruit. Het broedsucces is de laatste jaren (veel) te laag om de natuurlijke sterfte onder de volwassen vogels te compenseren. Het intensieve agrarische grondgebruik maakt dat met name de overlevingskansen van de kuikens tegenwoordig minimaal zijn. Het lukt via de nestbescherming vaak nog wel om een deel van de nesten veilig uit te laten komen maar uiteindelijk bereiken er nauwelijks kuikens de vliegvlugge fase. Het voedselaanbod voor de kuikens is te beperkt op het moderne boerenland. Ze moeten steeds grotere afstanden afleggen om hun kostje bij elkaar te scharrelen en lopen zo grote kans alsnog door bewerkingen (grasmaaien, mest injecteren, frezen, ploegen) te sneuvelen of gepakt te worden door een predator. Of ze sneuvelen gewoon door droogte en voedselgebrek.

Sinds 2010 worden op de graslanden ten zuiden van de Groote Peel met veel boeren overeenkomsten voor uitgesteld maaien afgesloten om met name de laatste levensvatbare populatie van grutto´s en wulpen in Limburg op peil te houden en voorwaarden te scheppen voor uitbreiding. De overeenkomsten worden aangegaan voor een periode van 6 jaar en houden in dat vanaf 1 april tot minimaal 1 juli geen werkzaamheden worden verricht op de percelen. In deze periode kunnen de grutto´s en wulpen ongestoord broeden in deze graslanden en kunnen de jongen voldoende voedsel vinden om op te groeien. Tot 2018 leek via deze agrarische beheerovereenkomsten het tij te keren. Het aantal grutto’s en wulpen stabiliseerde en er kwamen zelfs meer jongen groot dan het landelijk gemiddelde. Er was reëel uitzicht op groei van de populatie. Maar de droogte sinds 2018 lijkt fataal uit te pakken. Sindsdien is het broedsucces gekelderd. Omdat weidevogels erg oud kunnen worden – de oudst bekende grutto werd 29 jaar oud en wulp zelfs 34 – duurt het even voor je merkt dat het misgaat. Maar in 2022 zagen we een ineens een scherpe daling van de aantallen grutto’s. Onzekere tijden dus voor de weidevogels in Nederweert. Er staan inmiddels vernattingsmaatregelen gepland voor de randzone van de Peel. Hopelijk is het nog niet te laat.

Voorbeelden van weidevogels

Wulp / Foto: Otto Plantema
Kievit / Foto: Jos van de Kerkhof
Scholekster / Foto: Frans van Ool
Grutto / Foto: Otto Plantema

Wat doet de werkgroep om de weidevogels te beschermen?

De leden van de weidevogelwerkgroep markeren de nesten vanaf ongeveer half maart tot half juni. De beschermers hebben in de loop der jaren veel ervaring opgedaan in het vinden van de nesten. Voor de leek lijkt het bijna onbegonnen werk maar mocht je interesse hebben voor dit belangrijke beschermingswerk, neem dan gerust eens contact op. De beschermers willen je graag de kneepjes van het vak leren!

Vragen over de activiteiten van onze weidevogelswerkgroep?

Neem contact op met onze weidevogelcoördinator: Willem Maris (06 – 291 21 218).